Webteksten schrijven – Schrijven voor het internet als een pro
Micky van Zadelhoff · bijgewerkt · 9 min lezen
Bezig met het schrijven van webteksten? Dat is niet zomaar iets. Het internet is een overvolle zandbak: Netcraft telde in juli 2026 bijna 1,5 miljard websites, waarvan ruim 200 miljoen actief. Daartussen probeer jij op te vallen, bij lezers die binnen een paar seconden beslissen of ze doorlezen of wegklikken. Goede webteksten zijn het middel om die paar seconden te winnen.
In dit artikel vind je mijn elf tips voor het schrijven van webteksten: van de juiste toon en opbouw tot koppen, links en een call-to-action. Nieuw sinds de vorige versie zijn twee onderwerpen die ik in mijn AI-workshops elke week voorbij zie komen: hoe je ChatGPT of Claude verstandig inzet bij het schrijven, en wat de AI-antwoorden van Google betekenen voor je teksten.
1. Ken je doelgroep
Wanneer je weet voor wie je schrijft, weet je pas hoe je schrijft. Wat een goede schrijfstijl is, verschilt enorm per branche; noem het de tone of voice. Te vaak zie ik websites met superformeel taalgebruik waar dat helemaal niet nodig is. Het is niet alleen onnodig, het schrikt de lezer ook af. Een goede webtekst spreekt de doelgroep aan zoals die graag wordt aangesproken.
Dat begint bij het verschil tussen ‘u’ en ‘jij’. In de begintijd van het internet was de u-vorm overheersend. Tegenwoordig gebruikt bijna iedere website ‘jij’, deze ook. Vraag jezelf af: hoe spreek jij je doelgroep aan als je direct contact hebt, bijvoorbeeld in de winkel of aan de telefoon? Gebruik online dezelfde toon en je weet zeker dat je schrijfstijl aansluit.
Het gaat verder dan ‘u’ of ‘jij’. Schrijf zoals je een bezoeker ook offline zou aanspreken. Voor velen is dat moeilijk. Wat helpt: neem een klantgesprek op (met toestemming) en laat ChatGPT of Claude het uittypen en samenvatten. De woorden waarmee je klant zijn probleem omschrijft, zijn de woorden die op je website horen. Zo’n tekst komt natuurlijk over en geeft de bezoeker een vertrouwd gevoel.
2. Bewaar details voor het eind
Wanneer mensen aan een webtekst beginnen, is het fijn om niet gelijk de diepte in te duiken. Zet aan het begin juist de bredere informatie over je bedrijf neer. Hoe verder iemand leest, hoe dieper je de details in kunt.
Te vroeg details vertellen laat mensen afhaken. Op mijn verkooppagina’s komen de details van wat ik verkoop dan ook pas aan het einde. De tekst begint bij waar een workshop over gaat en wat die oplevert; pas aan het eind komen duur en kosten aan bod. Zo voorkom ik dat de lezer afhaakt voordat hij weet of mijn aanbod interessant voor hem is.
3. Goede webteksten schrijf je actief
Zorg dat de lezer van je webteksten zich aangesproken voelt. Schrijf dus in de actieve vorm. Niet ‘producten kunnen worden besteld op onze website’, maar ‘je kunt producten bestellen op onze website’.
In de wereld van het webteksten schrijven gaat het ook vaak over praten over je klant in plaats van over jezelf. En dat is best moeilijk. Veel websites beginnen al fout, met zoiets als ‘wij hebben de beste keukens’. Dat is een uitspraak over het bedrijf, niet over de klant. Beter is ‘de beste plek voor jouw keuken’. Nu gaat de tekst over de bezoeker. Dat komt minder arrogant over en spreekt de bezoeker daadwerkelijk aan.
4. Leg je USP’s uit
Oké, eerst even dit. Een USP is een Unique Selling Point: iets wat jouw bedrijf onderscheidt van de concurrent. In je webteksten gebruik je USP’s om de lezer te laten weten waarom jij ‘beter’ bent dan de andere partijen in de markt. Maar het gaat vaak fout met het schrijven ervan. Zo kwam ik deze USP’s tegen op de website van een bouwbedrijf:
- Klantgericht
- Netjes
- Allround
Op zich prima USP’s, maar geen klant kan hier iets mee. De lezer kan er niet uit opmaken wat dat voor hem of haar betekent. Leg je USP’s dus uit, zodat de klant de uitleg niet zelf hoeft in te vullen:
- Klantgericht: bij aankomst maken we eerst even een praatje en bespreken we samen wat er gaat gebeuren. Dat is wel zo betrouwbaar.
- Netjes: sommige klussen veroorzaken wat troep. Maar wees gerust, ik ga nooit weg voordat alles netjes is opgeruimd.
- Allround: je wilt niet voor ieder klein klusje een andere klusjesman moeten huren. Daarom kan ik met bijna alles aan de slag.
De schrijver van die eerste USP’s begrijpt natuurlijk wat hij ermee bedoelt, maar het gaat om de klant. Wat heeft die eraan? Vul dat aan en je bent duidelijker én onderscheidender. Iedereen kan immers zeggen dat hij kwaliteit, snelheid en ervaring biedt; het is nietszeggend. Meer inspiratie vind je in mijn USP-voorbeelden.
5. De opbouw van een webtekst
Ook een webtekst moet te scannen zijn. Dat doe je met koppen, net als in een offline document. Het verschil is dat je online niet alleen een groter lettertype gebruikt, maar de H1-, H2- en H3-tags. De titel van je pagina is de H1, tussenkoppen zijn H2 en kleinere punten die wel een kop verdienen krijgen H3. Zo is het ook op deze pagina gedaan.
Het belang van die H-tjes is groot. Google leest je koppen om te bepalen waar de pagina over gaat. En sinds Google zelf antwoorden schrijft (daarover straks meer) geldt dat dubbel: een duidelijke kop met daaronder direct het antwoord is precies wat zo’n AI-samenvatting overneemt. Zorg dus dat je zoekwoorden in de koppen terugkomen. Dat is meteen handig voor de lezer.
Extra tip: bij lange webteksten nummer ik mijn koppen, zoals in dit artikel. De lezer ziet hoeveel er nog komt en dat maakt doorlezen makkelijker.
6. Beeld en tekst
Een afbeelding is sneller te begrijpen dan een alinea tekst. Staar je dus niet blind op een webtekst als een foto, schema of screenshot meer zegt. Zorg voor een balans: een lange tekst leest makkelijker als die af en toe door een afbeelding wordt onderbroken.
Gebruik wel echte beelden. Een foto van jou, je team of je werk zegt meer dan een stockfoto of een generiek AI-plaatje, en het is precies het soort bewijs van eigen ervaring waar Google steeds zwaarder aan tilt.
7. Webteksten schrijven met linkjes
Een groot verschil tussen een webtekst en een offline tekst is dat je in een webtekst kunt doorlinken naar andere artikelen. Doe dat dus ook. Link vanuit je webteksten naar relevante artikelen of pagina’s op je website. Zo ontstaat een digitaal spinnenweb dat de bezoeker helpt zichzelf te navigeren.
Zeker nu is dat spinnenweb belangrijk. In Nederland komt bijna 55% van het webverkeer via mobiel (StatCounter, augustus 2026), en op mobiel wordt het menu veel minder gebruikt dan op desktop. Links in de tekst zorgen ervoor dat bezoekers langer op je website blijven en doorlezen.
8. Call-to-action
Ken je dat? Je bent op een website helemaal warm gemaakt voor een product of dienst, maar je hebt geen idee wat je nu moet doen. Je koelt af en verlaat de website. Op het internet gebeurt het nog steeds te vaak. Houd bij het schrijven van een webtekst dus rekening met het doel ervan.
Wat wil je dat de lezer na het lezen gaat doen? Schrijf daarnaartoe en zorg dat er aan het einde een duidelijke call-to-action staat: een button of een link naar wat voor jou relevant is. Denk aan ‘download’, ‘lees meer’, ‘koop nu’, ‘vraag offerte aan’ of ‘neem contact op’. Op deze site is dat een WhatsApp-knop: de laagste drempel voor mijn klanten.
9. Webteksten schrijven met ChatGPT of Claude
Sinds ChatGPT eind 2022 verscheen, is er geen tekstschrijver meer die er niet mee te maken heeft. In mijn workshops zie ik twee uitersten: bedrijven die hun hele website door AI laten schrijven (herkenbaar aan ‘in de snel veranderende wereld van vandaag’) en bedrijven die het uit principe niet aanraken. Allebei zonde. Zo gebruik ik het zelf:
- Geef de AI je grondstof. Het transcript uit tip 1, je uitgelegde USP’s, de toon (u of jij) en het doel van de pagina. Zonder die input krijg je de tekst die iedereen krijgt.
- Laat het een eerste versie maken, niet de laatste. Vraag om drie varianten van je intro en schrijf daarna zelf verder.
- Gebruik het als redacteur. ‘Welke zinnen zijn passief?’, ‘Waar praat ik over mezelf in plaats van over de klant?’, ‘Herschrijf dit op B1-niveau.’
- Lees alles na. AI verzint feiten, prijzen en cijfers met evenveel zelfvertrouwen als de rest.
Bang dat Google je afstraft voor AI-teksten? Google zegt sinds februari 2023 dat het niet uitmaakt hoe een tekst is gemaakt, zolang die er niet vooral is om de ranking te manipuleren. Wat wel wordt afgestraft, is het massaal produceren van nietszeggende pagina’s. Een goede tekst is een goede tekst, ongeacht wie hem typte.
Wat het kost: voor webteksten zijn de gratis versies van ChatGPT en Claude ruim voldoende; de betaalde versies kosten $20 per maand (Claude Pro $17 bij jaarbetaling). Voor Nederlandse spelling en stijl is de online Schrijfassistent van de KU Leuven, VRT en De Standaard handig. Draai je op WordPress, dan controleert Yoast SEO Premium ($118,80 per jaar) de leesbaarheid en schrijft het een voorzet voor je metabeschrijving. Zoekwoordtools als Semrush ($139 per maand) en Ahrefs ($129 per maand) zijn voor de meeste MKB-sites overkill; Google Search Console is gratis en laat zien op welke zoekopdrachten je nu al wordt gevonden.
10. Schrijven voor de AI-antwoorden van Google
Sinds mei 2025 toont Google in Nederland AI Overviews: een door AI geschreven antwoord bovenaan de zoekresultaten. Sinds oktober 2025 is er ook de AI-modus in het Nederlands, waarin je doorvraagt als in een chat. Het gevolg zie je in de cijfers van Pew Research (juli 2025): als er een AI-samenvatting staat, klikt een zoeker in 8% van de gevallen nog op een zoekresultaat, tegen 15% zonder samenvatting.
Voor je webteksten betekent dit dat algemene informatie (‘wat is een USP?’) steeds vaker in Google zelf wordt beantwoord. Waar mensen nog wél voor doorklikken, en wat de AI-samenvatting graag citeert:
- Een direct antwoord onder elke kop. Eerst het antwoord in twee zinnen, dan de uitleg.
- Eigen ervaring, eigen cijfers, eigen voorbeelden. Het bouwbedrijf hierboven kan een AI niet opzoeken.
- Een mening. Wat vind jij, en waarom? Dat staat in geen enkele samenvatting.
- Een echte auteur. Zet je naam, foto en achtergrond bij je teksten.
Kortom: schrijf wat een AI niet kan opzoeken. Dat is toevallig ook precies wat een lezer van een mens verwacht.
11. Pro tip: verkoopteksten schrijven
Verkoopteksten zijn net wat anders dan gewone webteksten. Ze hebben een andere opbouw: je begint met het probleem dat je voor de klant oplost, versterkt dat met de consequenties en verkoopt pas daarna je product. Voor dit artikel gaat dat te ver, maar wie online iets verkoopt, kan er niet omheen. Daarom verwijs ik je graag door naar mijn artikel over het schrijven van verkoopteksten.
Conclusie webteksten schrijven
Webteksten schrijven wordt soms gezien als een vak apart, maar het is iets wat iedereen zou moeten kunnen. Maak het jezelf vooral niet te moeilijk. Vaak is een tekst in spreektaal precies wat werkt, en AI is daarbij een prima hulpje, zolang jij bepaalt wat erin staat. Alle succes en veel schrijfplezier!